toespraak dhr. J.B. Ventevogel voor vlissingse raad van kerken

toespraak dhr. J.B. Ventevogel voor vlissingse raad van kerken

DODENHERDENKING 4 MEI 2022 RAAD VAN KERKEN VLISSINGEN

Ik ben van 1943. Op het moment dat de slag om Stalingrad werd uitgevochten. Een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog. Dus aan de oorlog heb ik geen directe herinneringen. Mijn ouders hadden Vlissingen moeten verlaten. Eerst omdat zwangere vrouwen niet in Vlissingen mochten blijven, wat ervoor zorgde dat een hele generatie Vlissingers niet
Vlissingen als geboorteplaats in hun paspoort heeft staan maar Kortgene, Kruiningen of Yerseke zoals in mijn geval. Na mijn geboorte volgde inkwartiering buiten Vlissingen, eerst Abeele en na ‘het water’ ’t Zand en de Segeerstraat in Middelburg. Volgens mijn moeder was door de slechte voeding en haar zwakke gezondheid mijn leven louter te danken aan de gecondenseerde melk die de Tommy’s meebrachten. Daar lustte ik wel pap van! Die opmerking van haar en over de intense angst die ze doorstond bij de bombardementen en luchtgevechten rondom het vliegveldje staan in mijn geheugen gebeiteld!


Is het omdat ik de verhalen zo vaak heb meegekregen over de bombardementen in de stad en daarna in de buurt van Abeele en wat er gebeurde toen het water kwam dat ik de oorlogsellende als het ware aan ‘den lijve’ heb ondervonden. Pas toen de ramp van ‘het water van ‘53’ zich voltrok moesten de verhalen tijdens familiebijeenkomsten tussen die twee rampen verdeeld worden. Onze familie bleef gespaard van dood en zware verwonding in de oorlog. Toch zijn de verschrikkingen die in de jaren ’40 hele generaties hebben moeten doorstaan bij mij zo blijven hangen dat ik bijna geen oorlogsherdenking heb overgeslagen. Als kind wist je van de verschrikkingen die de soldaten hier moesten doorstaan of waarbij zij het leven lieten. We kropen de bunkers in de duinen in, ook al mocht het niet, en zochten naar munitieresten om mee te spelen. We groeiden op met de nasleep van de oorlog, wat er o.a. toe leiden dat mijn vader niet wilde dat ik met een speelgoedgeweer zou spelen. “Want de ellende die de oorlog heeft veroorzaakt mag nooit meer! Spelen met wapentuig leidt tot verheerlijking van geweld en geweld leidt tot oorlog”. De mantra ‘nooit meer oorlog’ werd er van jongs af in
gehamerd.


Toen ik begin jaren ’80 met mijn kinderen de invasiestranden van Normandië bezocht en ieder van ons daar erg van onder de indruk was werd mij duidelijk dat herdenken en oorlog helpen voorkomen in elkaars verlengde liggen. Ik vroeg het gemeentebestuur in die tijd om ook zo’n herdenkingsplaats in te richten want wat zich op de Walcherse stranden heeft afgespeeld was net zo erg. Helaas werd dat voorstel toen afgewezen. Inmiddels zijn we bijna toe aan de laatste generatie van mensen die de oorlog hebben meegemaakt. Sommigen zeiden dat het herdenken maar moest stoppen. Dat moeten we vooral niet doen!


10 jaar geleden werd Uncle Beach ingericht en de herdenking aangepast. De belangstelling hiervoor is van enkele tientallen nauw betrokken stadgenoten gegroeid naar enkele honderdtallen bezoekers. We herdenken niet louter meer de slachtoffers maar staan ook stil bij de waarschuwing om vrede en vrijheid te bewaren en te bewaken. We noemen de namen van de slachtoffers. Het motto van de stichting Oorlogsjaren in Vlissingen is niet voor niets: “Elke naam is een schreeuw om vrede/Each name is a cry for peace”. Het noemen van hun namen is de schreeuw om vrede die de boodschap ‘Nooit meer Oorlog’ overbrengt. Herdenken gaat zo van doel naar middel.


WO II verdwijnt steeds meer achter de horizon bij nieuwe jonge generaties. Mijn kinderen weten er alles van. Mijn kleinkinderen een beetje en de generatie daarna……?

Hoe brengen we het dit alles over op de volgende generaties?


Herdenkingen moeten blijven doorgaan. En de verhalen over vrijheid, oorlog, verzet, discriminatie, de verwoesting die wordt aangericht (Vlissingen is een afschrikwekkend
voorbeeld geweest) en de offers die daarvoor zijn gebracht en de veerkracht die nodig is om er weer boven op te komen moet steeds opnieuw verteld worden. Niet slechts een keer per jaar op 4 en 5 mei maar op veel bredere schaal. In het onderwijs, via sociale en traditionele media (denk eens aan het succes van de film Slag om de Schelde).
En door ons als burger van een vrij land bij ons zelf te rade te gaan en ons te realiseren dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Dat dit niet kan worden overgelaten aan bestuurders, politici, BN-ers en wat dies meer zij maar dat dit bij ons zelf begint. En dat wij daar veel voor over moeten hebben. We hebben lang gedacht dat oorlog als die van WO II een verschijnsel was uit vervlogen tijd. Maar inmiddels weten we beter. Elke slachtoffer in Oekraïne is er een teveel en laten we hopen en bidden om dit te stoppen
en een vervolg te voorkomen.


Dat de betekenis van het handhaven van vrede, vrijheid en democratie vandaag de dag nog recht overeind staat hoeven we met de oorlog in Oekraïne op ons netvlies niet dik te onderstrepen. Maar leggen we wel op de juiste manier de relatie tot wat nu in Oekraïne gebeurt met onze eigen positie in de wereld. Tijdens de Corona lockdowns ervoeren we de praktische betekenis van het verlies van een stukje vrijheid. Ouderen leken daar beter mee om te kunnen gaan dan jongeren. Is dit een teken dat de betekenis van ‘bevrijd zijn’ goed genoeg is geland tussen de oren van de jongste generatie? Herdenken gaat nu meer dan voorheen om ons allen. Bevrijdingsfeest is ons feest.

JBV 4 Mei 2022

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.