Koopvaardij, verhalen

OORLOGSHERINNERINGEN VAN MEVROUW E. RIJSDIJK-MEIJAARD

De vader van mevrouw Rijsdijk was werkzaam bij het Loodswezen als kapitein op een van de schepen die de betonning en bebakening verzorgden op de Westerschelde. Het Loodswezen viel onder het Ministerie van Oorlog, zoals ‘Defensie’ tot 1959 heette, directie Marine. Toen de Tweede Wereldoorlog in mei 1940 uitbrak vochten de Fransen in Zeeland nog door tot 17 mei, na de capitulatie van Nederland op 10 mei. Toen moesten ook zij zich terugtrekken. Dat gebeurde via de haven van Vlissingen. De vader van mevrouw Rijsdijk kreeg (militair) bevel zoveel mogelijk Fransen in diverse keren over te zetten naar Breskens en na afloop zijn schip in Breskens te laten zinken. Intussen waren – in het kader van een afgekondigde evacuatie – zijn vrouw en kinderen (twee dochters en een zoon) op 11 of 12 mei als zoveel Vlissingers met in de haast meegenomen spulletjes vertrokken naar Koudekerke naar een oom en tante van vaderskant. Die hadden een boerderij aan de Kleiweg in Koudekerke. Daar zag de achtjarige mevrouw Rijsdijk de Lange Jan van Middelburg in brand staan. Vandaar is het gezinnetje – zonder vader nog steeds – naar Nieuwdorp gefietst. Daar woonde een zus van moeder. De tocht naar het Zuid-Bevelandse dorpje ging over de Sloedam. Daar zag mevrouw Rijsdijk nog lijken liggen van gesneuvelde soldaten. Het laat zich raden wat een indruk die eerste oorlogsdagen op haar hebben gemaakt.  Klik op de link hieronder voor het complete verhaal.

Oorlogsverhaal mevr Rijsdijk

 

 

 

INTERVIEWS MEVROUW DE HONDT-VAN DE HEUVEL

Oorlogsherinneringen met betrekking tot de koopvaardij-zeevaart en beloodsing op de Westerschelde, in twee interviews. “Mijn vader, mijn man, mijn broer en verder neven, collega’s en vrienden. Die voeren allemaal over de Westerschelde. En verder de bemanning van de loodsboten en de afhalers. Dan had je ook de betonning. De Westerschelde moest betond worden voor een veilige vaarroute naar Antwerpen . . . . . . Ja, die gingen achter de mijnenvegers aan maar dan is er ook wel eens een mijn blijven liggen. Of is oom Jan getorpeteerd door zo’n onbemande onderzeeër ? . . . . . .. .   .  Maar ja, dat was allemaal mannenwerk, daar mochten de vrouwen zich niet mee bemoeien . . . . . .” (wordt momenteel bewerkt)

Klik hier voor de interviews