Verhalen

Verhalen en herinneringen van verzetsstrijders, inwoners en koopvaardij

Paula Broekman-Visser: De bevrijding van Vlissingen

Mijn ouders woonden van 1942 tot en met 1957, in de Badhuisstraat op nr. 21b. Zij woonden op de
bovenverdieping. Het huis lag tijdens de bevrijding van Vlissingen, precies in de vuurlinie. Toen op 1
november de artilleriebombardementen begonnen vanaf de Boulevard, vlogen de kogels door de
slaapkamer en raakten daarbij het ledikantje, waarin mijn broer van 14 maanden lag te slapen en
gingen door de piano, die in de voorkamer stond.

Lees verder

Co Filius: “Als je 13 bent wil je vooral stoer doen”  (PZC 28-9-2019)

Dit is het elfde deel van de serie waarin Zeeuwse ooggetuigen verhalen over hun leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vandaag vertelt Co Filius (1928) uit Oost-Souburg: ,,Haal jij de niet ontplofte fosforbommen uit de grond, vroeg de baas van de tuinderij, anders dan trapt het paard er straks op. Dat deed ik, als jonge knul.”

Hij staat in de achtertuin van zijn woning in Oost-Souburg Baret stevig op het hoofd, onderscheidingen op de revers. Oud-stoottroeper van top tot teen: ,,Mijn vrouw zegt altijd dat je kunt zien van wie de vrouw is overleden. Aan de vouw in de broek, aan de staat van het jasje. Bij mij zit dat met Nel wel goed. Ik heb in mijn leven als bouwvakker 26 bazen gehad. En maar één vrouw.”

Lees verder

Frans Bukkens: “Elk luchtalarm doken we onder de trap” (PZC 7-9-2019)

Dit is het achtste deel van de serie waarin Zeeuwse ooggetuigen ter gelegenheid van 75 bevrijding verhalen over hun leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vandaag vertelt Frans Bukkens (1937) over zijn jeugdjaren in Vlissingen. ” Bij de bevrijding was alles kapot, daar kun je geen voorstelling van maken. En de halve stad stond ook nog een onder water.”

Frans Bukkens wijst naar een plint in de gang. Precies, daar op die plek is er een granaatscherf naar binnen. gedrongen. Hij wil maar zeggen: zo dichtbij kwam het oorlogsgeweld in Vlissingen.

 

Lees verder

 

Uit een Kerkblad van november 1994

31 oktober 1944, de avond vóór de invasie van Walcheren, nog avondmaal. Doorgaans kwamen er in een kerkdienst zo’n 20 à 30 man. Deze dienst werd bijgewoond door zo’n 800 man. Vóór de strijd tegen de tirannie zochten zij even naar meer dan het “zijn”. In de herdenkingsdienst van 6 november 1994 in de Sint Jacobskerk van de invasie op 1 november  1944 werden de stola, de beker en de schaal, die toen zijn gebruikt, aan de kerk geschonken.

Lees verder

 

Oorlogsherinneringen van een kind

Evajet Stikkers: Voor de oorlog uitbrak woonden wij in Vlissingen, eerst op Boulevard Evertsen boven café/danszaal Victoria, “De Vick”, waar mijn van mij zwangere moeder niet langer tegen de muziek en het caféleven kon. Ze verhuisden naar de Sottegemstraat waar ik werd geboren in 1937 en daarna verhuisden we naar een villaparkje (aan de Koudekerkseweg?) op een bovenhuis. Mijn vader was procuratiehouder bij de N.V. Vlismar.

Lees verder

Geheime zender op Stenenbeer

Een politierapport van 23 november 1944:‘Wordt door Cornelis Glerum oud 40 jaar, Inspecteur van Radio Holland, wonende te Vlissingen, Steenenbeer no. 3, aan het Bureau aangifte gedaan van ontvreemding van een geheime zender met koptelefoon welke ongeveer twee weken geleden was ontvreemd uit het Postkantoor alhier en die in eigendom aan Glerum toebehoorde’. En verder: ‘Bij onderzoek is gebleken dat bedoelde zender in bezit was genomen door de O.D. daar het beschouwd was als oorlogsbuit. De zender en een fiets zijn aangetroffen in het Weeshuis alhier’. (De ordedienst was in de Tweede Wereldoorlog een illegale militair georiënteerde organisatie, niet behorend tot het Nederlandse verzet, en die vooral actief werd ná de oorlog…).

Lees verder

Breekbare helden (Carla Rus)

“We waren gewone mensen, gewone bange jongens en meisjes die vonden dat ze “iets moesten doen” Zo karakteriseerde Jaap Rus, overleden in 2019, de mensen met wie hij in Goes in het verzet zat. Zijn dochter Carla raakte vanwege haar vaders oorlogsverleden geboeid door het Zeeuwse verzet, dook in de arcieven, interviewde nabestaanden van verzetsmensen en schreef dit boek. Zo is er voor het eerst een overzicht ontstaan van wat er in heel Zeeland tegen de Duitse bezetter werd ondernomen, ook al ligt de nadruk op Goes en de Bevelanden. Mede doordat de auteur haar vader als primaire bron had, is Breekbare helden niet alleen een feitelijk historisch relaas geworden, maar juist een verhaal over mensen van vlees en bloed, die ‘gewoon’ accountant, winkelier of boer waren. Al vertellend staat Carla Rus stil bij de psychische gevolgen van verzet plegen en geweld ondergaan, ook bij de nabestaanden van omgekomen verzetsstrijders.   Lees verder.

Willem Poppe

Ook de Vlissingers hebben zich verzet tegen de Duitse bezetters. Daarover heeft een van de verzetsstrijders, W. Poppe, zijn indrukken, herinneringen en belevenissen beschreven. Hij heeft dit verslag opgedragen aan burgemeester mr. Benjamin Kolff in juli 1967. Dat is een hele tijd na de oorlog en het is bekend dat we ons feiten niet altijd even correct herinneren. Een medestrijder, zijn latere schoonzoon J.P. van Alten, heeft daarom een commentaar op dit verslag geschreven, ook jaren na dato, maar die had reeds eerder een en ander op schrift vastgelegd.

Lees hier het dagboek van Willem Poppe     Lees hier het commentaar van Alten

Jaap Rus

Vanuit een felle en fundamentele afwijzing van de ‘geest van het nationaalsocialisme’ en vanuit ‘jeugdig elan’ koos Jaap Rus voor het verzet. Toen hij opgeroepen werd voor Organisation Todt, gaf hij zijn ogen en oren goed de kost en rapporteerde aan zijn verzetsgroep. : Ik kwam verdorie midden in de Atlantikwall terecht, waar geen mens mocht komen”

Rus is alle jaren na de oorlog actief gebleven met het herdenken van de bezetting en de strijd in Zeeland. “Dit mag nooit meer gebeuren”

Lees verder

Dagboek Pieter van Belle

In de namiddag ben ik met mijn vrouw naar Vlissingen geweest en zagen veel bedrijvigheid van troepen op de weg. Op de oude weg van Souburg naar Vlissingen stonden lange rijen van legerwagens van Fransen die bijna allen krijgsgevangen waren genomen. De paarden liepen in het wil rond. Lees verder

 

Oorlogsherinneringen van mevrouw E. Rijsdijk-Meijaard

De vader van mevrouw Rijsdijk was werkzaam bij het Loodswezen als kapitein op een van de schepen die de betonning en bebakening verzorgden op de Westerschelde. Het Loodswezen viel onder het Ministerie van Oorlog, zoals ‘Defensie’ tot 1959 heette, directie Marine. Toen de Tweede Wereldoorlog in mei 1940 uitbrak vochten de Fransen in Zeeland nog door tot 17 mei, na de capitulatie van Nederland op 10 mei. Toen moesten ook zij zich terugtrekken. Dat gebeurde via de haven van Vlissingen. De vader van mevrouw Rijsdijk kreeg (militair) bevel zoveel mogelijk Fransen in diverse keren over te zetten naar Breskens en na afloop zijn schip in Breskens te laten zinken. Intussen waren – in het kader van een afgekondigde evacuatie – zijn vrouw en kinderen (twee dochters en een zoon) op 11 of 12 mei als zoveel Vlissingers met in de haast meegenomen spulletjes vertrokken naar Koudekerke naar een oom en tante van vaderskant.

Lees verder

 

Interviews mevr. De Hondt- vd Heuvel

Oorlogsherinneringen met betrekking tot de koopvaardij-zeevaart en beloodsing op de Westerschelde, in twee interviews. “Mijn vader, mijn man, mijn broer en verder neven, collega’s en vrienden. Die voeren allemaal over de Westerschelde. En verder de bemanning van de loodsboten en de afhalers. Dan had je ook de betonning. De Westerschelde moest betond worden voor een veilige vaarroute naar Antwerpen . . . Ja, die gingen achter de mijnenvegers aan maar dan is er ook wel eens een mijn blijven liggen. Of is oom Jan getorpeteerd door zo’n onbemande onderzeeër ? . . . Maar ja, dat was allemaal mannenwerk, daar mochten de vrouwen zich niet mee bemoeien . . . “

Klik hier voor de interviews

Piet Wisse

De bevrijding. Het is vroeg in de morgen 1 november 1944. We zijn in de kelder onder ons huis. Ongeveer 200 kanonnen nemen Vlissingen onder vuur. De lucht is vol van het gruwelijke gehuil en de daarop volgende ontploffingen van de granaten. We zijn bang, het is koud en vies in de kelder ,we kunnen niet zitten. Na enige tijd wordt het rustiger. Ons huis is niet getroffen, maar er is geen ruit meer heel. We woonden op de hoek van de Spuistraat en de Coosje Buskenstraat, de oprit naar de boulevard. Op de andere hoek  stond de bioscoop Alhambra. Tegenover ons huis stond garage Centrum en daarnaast de ULO scholen. Een deel van de garage stond in brand. Toen we in de Spuistraat rondkeken, zagen we ineens de bevrijders op ons afkomen.

Lees verder