verzet

De spitfiremissie van prins Bernhard boven Walcheren

Ons land telt naar schatting 4.000 gedenktekens aan de Tweede Wereldoorlog. Ter gelegenheid van 75 jaar vrijheid presenteren NPO Radio 1 en Omroep Max: Verstilde Verhalen achter 12 oorlogsmonumenten uit alle delen van het land. Verstilde Verhalen wordt gemaakt door Ida Albertsboer, Marsha Walraven en Eelco Walraven.

In deze aflevering gaan we terug naar de eerste oorlogsjaren. Nederland is bezet, maar Nederlands Indië is nog vrij. Prins Bernhard wendt zich daarom tot het KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger) om vliegers te vinden die willen meedoen aan een luchtoorlog, samen met de RAF (Royal Air Force). Er wordt een fonds opgericht om Spitfires aan te schaffen, en 3 KNIL-vliegers worden ‘uitverkoren’ om aan deze missie mee te doen: Jan Bruinier, Theo Buys en Bram Pennings. Hun eerste grote missie is een aanval op Duitse stellingen op Walcheren in Zeeland. Die missie wordt één van de vliegers noodlottig. Dankzij de verslagen van overlevenden, en het uitgebreide archief van de stichting Wings to Victory, kunnen nabestaanden decennia later precies achterhalen wat er gebeurd is. Er is geen monument voor de omgekomen piloot in Zeeland, maar hij staat vermeld op het monument voor luchtvarenden op de luchtmachtbasis Soesterberg in de provincie Utrecht.   Beluister hier de podcast


DE ZEEMANSPOT

De “Zeemanspot” was een verzetsorganisatie die gedurende de bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog financiële steun verleende aan de families van buitengaats verkerende Nederlandse zeelieden. Uit deze organisatie is later het zogenaamde “Landrottenfonds” ofwel het Nationaal Steun Fonds voortgekomen dat ook wel als de bank van het verzet wordt gezien.

De eerste groep van Nederlanders die onder druk werden gezet door de bezetter waren de families van de zeevarenden die weigerden terug te keren naar de bezette gebieden om zich onder Duitse controle te plaatsen. Naar schatting bleven de meeste van de 18.000 zeelieden na 1940 weg uit Nederland. Na eerste dreigementen werden de rederijen in oktober 1941 geboden om het betalen van gages op zogenaamde week- en maandbrieven te stoppen. Als gevolg zouden de achtergebleven gezinnen alleen aanspraak kunnen maken op een minimale steun volgens de normen van Maatschappelijk Hulpbetoon. De bezetter hoopt op deze manier Nederlandse zeelieden te bewegen terug te keren naar Nederland en hen zo te onttrekken aan de geallieerden strijdkrachten.  Lees verder


Geheime zender op Stenenbeer

Een politierapport van 23 november 1944:‘Wordt door Cornelis Glerum oud 40 jaar, Inspecteur van Radio Holland, wonende te Vlissingen, Steenenbeer no. 3, aan het Bureau aangifte gedaan van ontvreemding van een geheime zender met koptelefoon welke ongeveer twee weken geleden was ontvreemd uit het Postkantoor alhier en die in eigendom aan Glerum toebehoorde’. En verder: ‘Bij onderzoek is gebleken dat bedoelde zender in bezit was genomen door de O.D. daar het beschouwd was als oorlogsbuit. De zender en een fiets zijn aangetroffen in het Weeshuis alhier’. (De ordedienst was in de Tweede Wereldoorlog een illegale militair georiënteerde organisatie, niet behorend tot het Nederlandse verzet, en die vooral actief werd ná de oorlog…).

Lees verder


Boek “Breekbare helden” (Carla Rus); PZC-artikel en recensie Ineke Herbers

“We waren gewone mensen, gewone bange jongens en meisjes die vonden dat ze “iets moesten doen” Zo karakteriseerde Jaap Rus, overleden in 2019, de mensen met wie hij in Goes in het verzet zat. Zijn dochter Carla raakte vanwege haar vaders oorlogsverleden geboeid door het Zeeuwse verzet, dook in de arcieven, interviewde nabestaanden van verzetsmensen en schreef dit boek. Zo is er voor het eerst een overzicht ontstaan van wat er in heel Zeeland tegen de Duitse bezetter werd ondernomen, ook al ligt de nadruk op Goes en de Bevelanden. Mede doordat de auteur haar vader als primaire bron had, is Breekbare helden niet alleen een feitelijk historisch relaas geworden, maar juist een verhaal over mensen van vlees en bloed, die ‘gewoon’ accountant, winkelier of boer waren. Al vertellend staat Carla Rus stil bij de psychische gevolgen van verzet plegen en geweld ondergaan, ook bij de nabestaanden van omgekomen verzetsstrijders. De namen van verzetsmensen klinken ons hoogstens nog vaag bekend in de oren, bijvoorbeeld als er een straatnaam naar ze is genoemd. Mensen als Marien de Groot, Piet en Daan Kloosterman, Kees de Graaff, Wouter Damen en Piet Quant komen hier tot leven. Om ze nooit te vergeten.

Carla Rus (1953) bracht als tweede dochter van verzetsman Jaap Rus haar jeugd grotendeels in Zeeland door. Ze is psychiater-psychotherapeut, gespecialiseerd in oorlogstrauma’s en andere trauma’s als gevolg van geweld.

Lees hier het PZC-artikel over dit boek.           Lees hier een recensie van Ineke Herbers 


Willem Poppe

Ook de Vlissingers hebben zich verzet tegen de Duitse bezetters. Daarover heeft een van de verzetsstrijders, W. Poppe, zijn indrukken, herinneringen en belevenissen beschreven. Hij heeft dit verslag opgedragen aan burgemeester mr. Benjamin Kolff in juli 1967. Dat is een hele tijd na de oorlog en het is bekend dat we ons feiten niet altijd even correct herinneren. Een medestrijder, zijn latere schoonzoon J.P. van Alten, heeft daarom een commentaar op dit verslag geschreven, ook jaren na dato, maar die had reeds eerder een en ander op schrift vastgelegd.  Lees verder in deze inleiding van Ina Herbers

Lees hier het dagboek van Willem Poppe     Lees hier het commentaar van Alten


Jaap Rus

Vanuit een felle en fundamentele afwijzing van de ‘geest van het nationaalsocialisme’ en vanuit ‘jeugdig elan’ koos Jaap Rus voor het verzet. Toen hij opgeroepen werd voor Organisation Todt, gaf hij zijn ogen en oren goed de kost en rapporteerde aan zijn verzetsgroep. : Ik kwam verdorie midden in de Atlantikwall terecht, waar geen mens mocht komen”

Rus is alle jaren na de oorlog actief gebleven met het herdenken van de bezetting en de strijd in Zeeland. “Dit mag nooit meer gebeuren”

Lees verder